“Ik voel me gewoon langzamer slim.” – Kim

In 2013 is bij Kim baarmoederhalskanker geconstateerd. Samen met haar beste vriendin Jolanda vertelt ze over deze periode, de behandeling die erop volgde en de langetermijneffecten.

Kim: “In 2013 kreeg ik last van tussentijdse bloedingen. Voor de zekerheid is er toen een uitstrijkje gemaakt. Een paar weken later kreeg ik de uitslag. Wel wat afwijkingen, maar niet verontrustend. Uit voorzorg werd ik doorverwezen naar de gynaecoloog. Na onderzoek was de conclusie: wellicht is er een kleine ingreep nodig. Maar toen ik veertien dagen later terugkwam zei de gynaecoloog: we hebben slecht nieuws, het is baarmoederhalskanker. Op deze boodschap was ik natuurlijk helemaal niet voorbereid.”

Geen operatie wel uitzaaiingen

Kim: “Uiteindelijk werd besloten om een Wertheimoperatie uit te voeren. Dit is een zware operatie waarbij onder andere de baarmoeder en lokale lymfeklieren worden verwijderd. Toen ik na de operatie bijkwam, zag ik dat het pas één uur in de middag was. Ik was nog erg suf maar dacht wel: hè, zijn ze nu al klaar?” Jolanda: “Die dag werd ik gebeld of ik meteen naar het ziekenhuis wilde komen. De verpleegkundige vertelde me dat ze slecht nieuws voor Kim hadden. En het team wilde dat ik erbij was als het aan haar werd verteld.” Kim: “De gynaecoloog vertelde mij dat ze de operatie hadden afgebroken vanwege uitzaaiingen. Ze hadden de aangetaste lymfeklieren verwijderd, maar ik zou verder worden behandeld met chemoradiatie en inwendige bestraling.’’

Zware weken

Kim: “Binnen een maand startte ik met chemoradiatie. Dit betekende zes weken lang elke dag bestraling en één keer per week chemotherapie, gevolgd door twee weken inwendige bestraling. Het was zwaar. Ik kon steeds minder. Dagelijks naar het ziekenhuis voor de behandeling en voor mijn jonge kinderen zorgen. Dat was mijn wereld.” Jolanda: “Ik ging op woensdag altijd met haar mee. Dan kreeg ze het infuus voor de chemo. Daar zag ze erg tegenop.”

Langzamer slim

Kim: “Nu, zeven jaar later, heb ik nog veel last van bijwerkingen. Ik moet steeds vaker naar het toilet. Ik heb last van lymfeoedeem en concentratieproblemen. Alles gaat langzamer. Ik kan niet lang lopen of staan. Ik mag het van Jolanda niet zeggen, maar ik vind mezelf tegenwoordig langzamer slim. Ik heb me behoorlijk aangepast. Maar van sommige dingen die ik niet meer kan, baal ik behoorlijk.”

Waarom is onderzoek belangrijk?

Kim: “Persoonlijk vind ik twee zaken belangrijk. Als eerste een succesvolle behandeling voor vrouwen die de tweede keer baarmoederhalskanker krijgen. Die is er op dit moment niet. Ten tweede: de behandeling bij baarmoederhalskanker is zwaar. En het zou geweldig zijn als onderzoekers manieren vinden om de latere effecten te verminderen. Jolanda is deze hele periode mijn steun en toeverlaat geweest. Ik moet er niet aan denken om dit helemaal alleen door te moeten maken.” Jolanda: “Ons contact is alleen maar intenser geworden. We kunnen met elkaar over alles praten. Ik denk weleens: Kim zou ook zomaar mijn zus kunnen zijn.”